Neuropathie op het Pieterpad

2017-07-20 12.13.02

Meteen nadat ik de diagnose borstkanker had gekregen, realiseerde ik me dat mijn leven voor altijd zou veranderen en dat ik een aantal (soms vage) plannen misschien nooit meer zou kunnen uitvoeren. Eén van mijn eerste gedachten was: ‘shit, nou kan ik die voetreis naar Rome ook wel vergeten’. Ehh, hoezo voetreis naar Rome, 13 jaar geleden heb ik ooit een paar Pieterpadetappes gelopen, maar verder? Alsof ik ooit zoiets echt zou ondernemen, en alsof Robert me ooit zou laten gaan. Maar blijkbaar zat dat wandelidee toch wel diep, dus samen met vriendin Y. nam ik me voor om als alles achter de rug was in ieder geval het Pieterpad weer op te pakken.

Maar… sinds de behandeling heb ik echte probleemvoeten.

Ten eerste: beschadigde zenuwen als gevolg van de chemo, oftewel neuropathie. De zenuwuiteinden zijn beschadigd, waardoor mijn gevoelswaarneming is verstoord en ik steeds tintelingen en een doof gevoel in mijn voeten heb. Deze klachten nemen af naarmate ik meer beweeg.

Ten tweede: gewrichts- en botklachten, vermoedelijk als bijwerking van de hormoontherapie. Ik kom na rust maar moeizaam in beweging. Ik lijk dan wel een soort robot, zo houterig gaat alles dan. Na een paar minuten gaat het dan wel weer. Als ik lang loop, krijg ik pijn in mijn hielen en mijn voetzolen: alsof ik op het kale bot loop. Deze pijn neemt toe naarmate ik de voeten langer of zwaarder belast.

Eén voordeel heb ik in ieder geval: een behoorlijke (nacht)rust heeft de werking van control-alt-delete: daarna kan ik weer met een schone lei van start.

Tja, dus wat te doen? Want wandelen is dan wel leuk, maar wandelen met pijn is dat niet, en we doen het voor onze lol.

Maar hoe dan nu verder met het Pieterpad? Uiteindelijk hebben we besloten om het gewoon te gaan proberen. Trainen voor het Pieterpad gaat prima op het Pieterpad.

Zo gezegd, zo gedaan. We zijn afgelopen juli verder gegaan waar we dertien jaar geleden waren gestopt: in Rolde. Vandaaruit 2 etappes in 3 dagen gelopen, met als eindpunt Sleen. En in augustus in 3,5 dag van Sleen naar Rheeze.

2017-08-14 10.42.05
Drentse Poort, Coevorden

Alleen al de voorpret was goud waard: hoe gaan we erheen, waar overnachten we, waar kunnen we eten, wat nemen we mee? Eenmaal onderweg was het zoeken naar de juiste modus. Getrokken lessen: voldoende rustpunten, waarbij de voetjes even omhoog kunnen, zijn belangrijk. Op tijd eten en drinken is ook heel belangrijk, want anders gaat plotseling het licht uit. Een etappe van 11 kilometer is te kort, maar eentje van 17 is echt te lang. Voor ons blijkt 15 kilometer de maximaal haalbare afstand, meer is niet te doen voor de voetjes. Zoals gezegd moet het wel leuk blijven allemaal…

En leuk wàs het. Wat hebben we gelachen toen Y. midden in de nacht op de camping het verkeerde trekkershutje binnenging en geïrriteerd was toen er iemand in ‘haar’ bed bleek te liggen…. De slappe lach toen ik, na drie dagen door de rimboe gebanjerd te hebben, tweehonderd meter voor het eindpunt geconfronteerd werd met acuut loslatende zolen van mijn (12 jaar oude) bergschoenen…. De verbijsterend slechte maaltijd die we ergens in Drenthe kregen voorgeschoteld door een zeer met zichzelf ingenomen ‘gastheer’. De camping met kamperende gezinnen en seizoensarbeiders, die een sfeer had van een mix van Fort Oranje, Help mijn man is klusser en Game of Thrones, en dat alles in de stromende regen…. De buschauffeur die mij uitlegde hoeveel een 65-pluskaartje kostte; nou ja, die had het buskruit duidelijk niet uitgevonden. Een ontmoeting met een man die geocaches aan het verstoppen was, en ons zo bevlogen uitlegde wat dat was dat wij ons voornamen dat ook eens te gaan uitproberen. Maar ook de ontmoetingen met andere wandelaars onderweg, de afwisselende overnachtingsadressen en de mooie natuur die Nederland gelukkig nog steeds heeft.

Wat een kostbare ervaringen zijn dit. Is dit niet waar het om gaat in het leven? Als mijn oude moeder informeert hoe het gaat op mijn werk is ze altijd opgelucht dat er geen reorganisaties dreigen. En ik denk: die slappe lach op dat pad, dat is toch veel belangrijker?

Gelukkig is het Pieterpad 482 kilometer lang, dus we hebben nog heel wat om naar uit te kijken!

2017-07-20 15.53.39
Het einde van een bergschoen

 

Advertenties

Christina’s world

16.1949

Toen ik aan het begin stond van de behandelingen, op 14 februari 2015, gaf ik voor vrienden en familie een High Tea om ‘het leven te vieren’. Het was een gedenkwaardige middag, vol warmte, gezelligheid en emoties. Bij die gelegenheid kreeg ik van Robert twee reisgidsen voor de USA. De afspraak was duidelijk: ik zou beter worden, en een reis naar de VS zou daarop volgen.

Afgelopen jaar hadden we nog geen zin in zo’n enerverende vakantie op een voor ons nieuw continent, dus kozen we voor ontspanning in ons geliefde Italië. Bovendien kwamen we er maar niet uit waar we precies naar toe zouden gaan in de VS. Naar de natuur in het westen, of misschien de grote steden in het oosten? Toen kregen we een uitnodiging voor een reünie van Roberts grote, gezellige, Indische familie…. in de Verenigde Staten! Dit verloste ons van een lastige keuze, want de reünie zou plaatsvinden in New Jersey, vlak bij New York.

Het was een gedenkwaardige reis, afgelopen juni. Het familiebezoek was kostbaar, warm en onvergetelijk, evenals de hoeveelheid saté en Indisch eten, waar ik maar weinig van nam vanwege mijn jetlag. En het daarop volgende verblijf van bijna een week in New York was ook een sensatie. Wat een stad! Bijzonder om daar te zijn, en allerlei plekken te zien die je kent van film en tv. Ik vond de sfeer bijzonder aangenaam: het toffe van Amsterdam en het niet-lullen-maar-poetsen van Rotterdam in één, zeg maar. Van de ontspannen vriendelijkheid van iedereen krijg je bovendien een heel goed humeur.

‘But Christina couldn’t walk! That’s why she’s crawling around, you see!’ hoorde ik een moeder tegen haar dochtertje zeggen in het Museum of Modern Art. Het klonk alsof ze het over een bekende had, terwijl ze naar een schilderij keken. Enigszins verward keek ik ook, of beter gezegd: ik las eerst de toelichting die bij het schilderij hing (dat is een tik van mij: eerst lezen, dan kijken). Christina’s world, heette het. De schilder (Andrew Wyeth) had zijn buurvrouw vereeuwigd. Ze leed aan een onbekende ziekte (polio?) waardoor ze niet kon lopen en zich moest behelpen door rond te kruipen, stond er. Hij wilde met het schilderij zijn diepe respect tonen voor haar buitengewone overwinning van een leven dat door velen als hopeloos zou worden beschouwd.

Deze tekst trof me, maar toen ik dan eindelijk naar het schilderij keek kreeg ik pas echt kippenvel. Een jonge, in het roze geklede vrouw ligt, zijdelings half opgericht, in een dor grasveld. Ze kijkt omhoog naar een spookachtig, vervallen huis aan de top van een glooiende heuvel. Door de hoge horizon lijkt het huis ver weg – zeker als je moet kruipen. Het landschap is, op de vrouw na, leeg en verlaten, terwijl iedere grasspriet gedetailleerd is weergegeven. Het geeft het schilderij een vervreemdende, wat griezelige sfeer, die je ook ziet bij Carel Willink of Edward Hopper. Door de vreemde, krampachtige houding waarin ze zit en zich lijkt uit te stekken in de richting van het huis vraag je je direct af hoe ze zich verhoudt tot dat huis en die afstand. Is ze hulpeloos? Bang? Ziet ze ertegenop? Verlangt ze ernaar?

Ik was erg onder de indruk van het schilderij en het verhaal er achter. Het liet me naderhand niet los. Het staat voor iets dat ik herken in mijn eigen leven en ‘medische loopbaan’. Christina is in staat om tegenslagen te incasseren en om te gaan met beperkingen. Ze is niet zielig, nee, ze is juist sterk.

Toen ik wat meer informatie opzocht over dit werk, kwam ik erachter dat Christina echt heeft bestaan. Ze was de buurvrouw van de schilder Wyeth. Kruipen was voor haar de manier om haar zelfstandigheid te behouden en zelf de regie te voeren. Ze was blij met het doek, omdat het haar herinnerde aan wat ze het liefste deed: bosbessen plukken. Toen ze dat door haar ziekte uiteindelijk ook niet meer kon, vertegenwoordigde het schilderij een dierbare herinnering. Het kunstwerk  is zeer bekend in de VS, en Christina werd daardoor zelf ook een bekendheid, net als het afgebeelde huis, dat nu een museum is.

Voor mij staat het schilderij voor veerkracht en positiviteit. Het laat zien dat mensen met zeer moeilijke omstandigheden kunnen omgaan en zelfs gelukkig kunnen zijn, op een manier die voor de buitenwereld niet voor te stellen is en soms zelfs schokkend kan zijn. Het is tegelijkertijd hoopvol en troostend, maar ook eenzaam en tragisch. Wyeth zag dat allemaal, en het feit dàt hij het zag, dat hij háár zag en haar respecteerde, vind ik misschien wel het meest ontroerend.

Museum of Modern Art
15 dingen die je misschien niet wist over Christina’s World

 

Neerwaartse hond

images-2

Het is alweer een paar maanden geleden dat ik mijn laatste stukje schreef.

Het leven wil zich het liefst gewoon hernemen, maar er is steeds wel iets dat me daarin belemmert. Ik ben er inmiddels achter dat het lijf waarmee je het na kanker moet doen echt een ander lijf is dan dat je had voor je ziek werd. En dat lijf is er niet op vooruitgegaan, was het maar waar; nee, het is minstens 10 jaar ouder en veel gebrekkiger dan voorheen. De chemo is heftig, en dat geldt misschien nog wel des te meer voor dat ene pilletje Tamoxifen dat ik dagelijks moet gebruiken voor de anti-hormoontherapie.

Afgelopen zomervakantie kreeg ik last van een stijve rug, zó extreem dat ik werkelijk bang was dat als dat zo doorging ik op afzienbare termijn iemand nodig zou hebben om mij ’s ochtends uit bed te takelen. En zere voeten, en krakende enkels en knieeën… de manueel therapeut adviseerde mij om aan yoga te gaan doen, om de lenigheid te bevorderen.

De yoga bleek inderdaad prima voor mijn rug. Maar niet voor mijn pols. Daar had ik al langer pijnklachten als ik erop steunde. Die werden na elke yogales erger, zelfs als ik niet meedeed met dingen als de ‘neerwaartse hond’ (op handen en voeten). Op een gegeven moment was het naar benden drukken van een deurklink al pijnlijk, en deed het zeer bij het uittrekken van een broek. En toen kreeg ik ook klachten in mijn elleboog…. Uiteindelijk bleek ik links een tenniselleboog te hebben èn slijtage (arthrose) in een van de handwortelbeentjes. Een corticosteroiden-injectie in de pols bracht enige tijd verlichting, maar na twee maanden was de pijn weer terug.

Toen mijn moeder begin dit jaar verhuisde en wij dit voor haar regelden, werd ik opnieuw geconfronteerd met dingen die ik gewoon echt niet meer kon. Geen zware dozen tillen (pols), geen lichte dingen tussen mijn vingers klemmen (elleboog), niet goed kunnen bukken (rug). Een kastje van Ikea monteren? Geen doen, met dat gehurk op de grond.

Ik was het inmiddels echt behoorlijk zat aan het worden… En ik raakte ook geïrriteerd door iedereen die zei dat dit ‘nu eenmaal bij de overgang hoort’. De overgang, me hoela! Vóórdat ik ziek werd had ik geen last van dit alles, en nu wel, dus…!

De huisarts was het met me eens: normaal remt een vrouwenlichaam als het ware geleidelijk af, totdat de maandelijkse cyclus is gestopt. Mijn situatie daarentegen is eerder te vergelijken met een intercity die in volle vaart op een stootblok botst. Daar reageert een lichaam dan ook extra heftig op… Tennisellebogen komen vaak voor bij vrouwen in de overgang, en arthroseklachten ook; zij vond een (zwak) verband tussen de anti-hormoontherapie en mijn klachten heel aannemelijk. Ik vond die erkenning heel fijn, ik weet niet precies waarom. Ik had er moeite mee dat ik borstkankerpatient ben èn daarnaast ook tenniselleboogpatient èn arthrosepatient – zat ik verdomme opeens op de site van het reumafonds! Het voelt fijner als ik kan denken dat het allemaal te wijten is aan de borstkanker, maar dat ik verder eigenlijk prima gezond ben.

Toch ben ik drie maanden geleden het gesprek aangegaan met mijn oncoloog. Wat draagt die Tamoxifen nu eigenlijk bij? Hij legde uit dat de kans op terugkeer van de kanker met 30 tot 40% wordt verminderd. Die kans op terugkeer is ongeveer 12%. Terugkerende kanker kan vaak nog wel behandeld worden, maar de overlevingskansen dalen dan wel met tientallen procenten. Alle reden dus om te voorkomen dat het recidiveert.

Nu had ik twee primaire tumoren, eentje links en tegelijkertijd eentje rechts, en dat valt buiten alle statistieken omdat het zo zeldzaam is. Het risico van 12% geldt alleen voor de rechterkant. Betekent dat in mijn situatie dan een verdubbeling van dat risico? Of overlapt het elkaar heel keurig, zeg maar twee voor de prijs van één? Gevoelsmatig ga ik ervan uit dat het risico voor mij in ieder geval hoger moet liggen dan die 12%. De oncoloog zei dat dat statistisch een lastige berekening is, maar dat er inderdaad sprake is van een kleine extra verhoging van het risico.

Daarmee was de keuze eigenlijk al gemaakt. Ik ga niet stoppen met de Tamoxifen. Ik weet wat ik nu heb aan bijwerkingen, ik kan het er mee doen. Bovendien heb ik onlangs een paar vrouwen gesproken bij wie de bijwerkingen nog veel heftiger waren dan de mijne. De een was er noodgedwongen mee gestopt, de ander gebruikte dagelijks pijnstillers om aan het werk te kunnen blijven. Dus dat helpt weer lekker relativeren.

Gelukkig zijn de symptomen van de tenniselleboog ook weer afgenomen. En het erwtvormige handwortelbeentje, het ‘os pisiforme’, is vorige week operatief verwijderd. Een ingreep van 15 minuten, met de belofte van een volledig functionerende pols zonder pijn in het vooruitzicht. Ik moest vanwege de chemo en borstoperatie wel onder volledige narcose, een regionale verdoving was niet 100 procent gegarandeerd effectief. Vandaag ging het verband eraf. De pols is nog een beetje stijf en pijnlijk, maar ik mag nu alweer alles doen.

Neerwaartse hond, here I come!

Een heel bijzonder cadeau

terschelling

Een half jaar geleden kreeg ik een sms-je van mijn zus, die zangeres en zangpedagoge is: Heb jij een goede koptelefoon? Ik heb iets voor je.

En even later: Ik heb hem je gemaild.

Verbaasd opende ik mijn mail en trof daar een link aan naar een geluidsbestand.

Het was een opname van een liedje dat ze voor mij had geschreven. Het bleek over mij te gaan, over die wezenloze, bevreemdende ochtend dat ik naar de mammapoli ging en wist dat ik over een paar uur iets te horen zou krijgen: òf ik zou ‘gewoon’ door mogen met mijn leven, òf het was foute boel.

Ik was erg ontroerd en onder de indruk dat ze dit gemaakt had. En ik vond het een prachtig lied! Maar mijn zus was er nog niet tevreden over, en ze nam zich voor om er nog eens met een ervaren songwriter naar te kijken.

Een paar weken geleden, na een muziekweek op Terschelling, stuurde ze weer een mailtje:
Onder begeleiding van een van de coaches, is het tot dit gekomen. Ben nog niet overal tevreden over, maar misschien komt dat ook niet:)

Het was opnieuw prachtig. Luister zelf maar….
Wat een bijzonder cadeau!

Why

I don’t know if this could happen to you
I don’t know if this could happen to me
And if it could, would I want it to know?
And if it would, could i’ve known?         

You lived your life like an immortal
Nothing will ever happen to you
nothing will ever happen to me
and when it happens, it’s not about me

When you’re twenty nothing will harm you
when you’re twenty life is infinite
nothing to worry about, just lovin’ and carin’
until suddenly it’s definite 

 The day he will tell you
nothing’s wrong, get on with you life
Or what he will tell you
will hurt you like a surgical knife

 There’s nothing you can do, but to bear every phase
that makes you sick and ill, these will be like never-ending days
But one day you will overcome, I’m pretty sure of that sis
we will look back and we will reminisce
We’ll watch the pictures of your sick head beautifully decorated
with this abloom hat

 I don’t know if this could happen to you
I don’t know if this could happen to me
And if it could, would I want it to know?
And if it would, could i’ve  known?

 

Kippendrift

abel

Het eerste jaar na afloop van de behandelingen is voorbij. Vorig jaar september had ik mijn laatste bestraling. Sindsdien is het ‘gewone’ leven langzamerhand weer opgestart en ik werk inmiddels weer volledig.

En toch is alles anders.

In juli overleed Ineke aan de gevolgen van uitgezaaide borstkanker. Ineke was getrouwd met de broer van mijn schoonzus en zodoende hebben we de afgelopen jaren gezien hoe ze ziek werd, herstelde en weer aan het werk ging, maar na een paar jaar ondanks een aanvankelijk gunstige prognose toch verrast werd met uitzaaiingen. Ze keek haar situatie recht in de ogen en was er heel open over. Toen ik vorig jaar zelf ziek werd, was het heel fijn om met haar ervaringen uit te wisselen. Eind vorig jaar werkte ze mee aan een film van de Borstkankervereniging over leven met uitgezaaide borstkanker. In de week van haar overlijden werd de film vertoond in het Europese parlement. 24 tot 59 procent van de Europeanen gelooft namelijk dat patiënten met uitgezaaide borstkanker geen preventieve maatregelen hebben genomen en op de één of andere manier verantwoordelijk zijn voor hun ziekte. Verbijsterende aantallen. Hopelijk draagt de film bij aan bestrijding van dit vooroordeel.

Deze zomer waren er meer nare berichten. Van de bloggers die ik volg, is er een overleden en met twee anderen gaat het niet zo goed. Mijn eigen eerste fotocontrole naderde en ik had allerlei nieuwe pijntjes. Gelukkig bleek bij de controle (erg pijnlijk na de bestralingen!) dat alles in orde was…

Op 23 augustus hadden we weer de driemaandelijkse afspraak met de Powergirls. In mei hadden we elkaar voor het laatst gezien. M., die vorig jaar het initiatief had genomen voor dit lotgenotenclubje vanuit de oncologische revalidatie, zat toen middenin de behandeling nadat er twee maanden eerder uitzaaiingen waren vastgesteld. Het ging die keer in mei niet zo goed met haar, maar ze was vol goede moed en vertrouwen dat de behandeling zou aanslaan. Ze vertelde ook dat ze bezig was om voor ieder van haar vier kinderen een kleed te haken als aandenken aan hun moeder. We hebben geschaterd toen ze vertelde dat ze aan vier kleden tegelijk bezig was, zodat ieder kind met een gelijke ‘stand’ zou eindigen, mocht er onverhoopt iets tussenkomen.In de weken na die keer in mei hoorden we niet zoveel van haar. Toen 23 augustus dichterbij kwam liet ze weten dat ze er niet bij zou zijn. Het bleek uiteindelijk snel bergafwaarts te zijn gegaan en ze had niet veel tijd meer over.

De overige Powergirls waren geschokt. We stuurden bemoedigende berichtjes en bloemen, maar we hadden het er reuze moeilijk mee. Toen bedacht één van ons een plan om M. nog één keer aan het lachen te maken, en stelde voor dat we een taart voor haar zouden bakken. Ik vond het een goed plan en er ontstond in ons whatsapp-groepje een brainstorm tussen ons twee over die taart. We zouden net als bij het programma Taarten van Abel iets bakken dat symbolisch was voor M., en tijdens het bakken zouden we elkaar interviewen. Het moest allemaal snel in verband met mijn naderende vakantie, maar met onze kippendrift wisten we zeker dat het zou gaan lukken. Wauw, wat waren wij doortastend bezig, en wat gaf dat een goed gevoel! Totdat, aan het eind van een dag waarop het taartenplan bijna hysterische vormen had aangenomen, de andere twee Powergirls te kennen gaven er geen goed gevoel bij te hebben; het ging al te slecht met M., konden we haar niet beter met rust laten?

Het was een harde landing. We deden met tegenzin afstand van ons voornemen. Twee dagen later kwam het bericht dat M. de volgende dag euthanasie zou krijgen.

We waren alle vier aanwezig bij de crematie. Het was 23 augustus. Waren de Powergirls toch compleet….

Het was een heftige ervaring, in de eerste plaats natuurlijk vanwege het verlies van M. en het intense verdriet van haar familie. En voor ons? We hadden met zijn vijven in dat lotgenotengroepje gezeten, allemaal met een behandeling achter de rug, maar met goede vooruitzichten. En nu had het lot één van ons toch te grazen genomen. Dat was niet de afspraak…. We keken allemaal de kanker recht in het gezicht.

Spiegelbeeld

mirror2

Daar zitten we dan, in de koffiecorner op mijn werk. Dezelfde collega die mij een paar maanden geleden niet direct herkende met mijn ultrakorte post-chemohaar is nu zelf getroffen door borstkanker. Ze gaat een traject in met eerst chemo, dan een operatie en aansluitend bestraling. Het klinkt maar al te bekend.

Hoewel ik haar niet zo heel erg goed ken, liet het bericht van haar ziekte, een paar weken geleden nu, me niet los, en ik had een onbedwingbare behoefte aan contact. Ik herinnerde me hoe prettig ik het vorig jaar vond dat mijn voormalige kamergenote van het werk mij allerlei tips en ervaringen kon meegeven; ik had daar minstens zoveel aan als aan de informatie van het ziekenhuis.

En zo zitten we dan aan de koffie, beiden nog met die ontmoeting begin dit jaar op ons netvlies, en dan nu in deze absurde nieuwe realiteit. Ze heeft allerlei praktische vragen. Hoe ziek word je van de chemo? Hoe gaat het in zijn werk? Waar prikken ze het infuus? Wanneer voel je er iets van en wat voel je dan? Vragen, vragen, vragen. Dezelfde vragen die ik zelf ook had. Ik geef antwoord, weet niet goed waar te beginnen, er valt zoveel over te herinneren en te delen. Ik realiseer me op het moment zelf dat het onmogelijk is om alles te vertellen; dat het teveel is en dat het bovendien geen zin heeft om iemand angst aan te jagen. Al die bijwerkingen die je zou kúnnen krijgen, maar misschien ook niet.

Het doseren is lastig, ik betrap me erop dat ik graag wil vertellen, sluit het wel aan bij wat zij wil weten? Ik hoop het maar.

Ik merk dat ik het best ingewikkeld vind om me te verplaatsen in de positie van iemand die nog helemaal aan het begin van alles staat. Terwijl ik me mijn eigen traject als de dag van gisteren herinner. Maar als ik me realiseer dat ik op mijn belevenissen terugkijk met de ervaring van inmiddels anderhalf jaar borstkankerbehandeling, zie ik pas goed welke weg ook zij zal moeten afleggen. En dat raakt me. Het lijkt alsof ik in de spiegel kijk en mezelf wel en tegelijkertijd ook helemaal niet zie.

Je kúnt het, zei mijn collega vorig jaar steeds tegen mij. Dat hielp mij toen enorm, en het is waar, dus ik geef het nu aan mijn nieuwe lotgenoot door. Ze kan het. Het gáát haar ook absoluut lukken, dat weet ik zeker. Bezig zich razendsnel aan te passen aan de nieuwe werkelijkheid, de werkelijkheid van kanker, zo opeens levensgroot aanwezig in haar bestaan. En ze voelt zich krachtig, positief en angstig tegelijk, klaar om dit project aan te gaan. Het blijft wonderbaarlijk fantastisch hoe onze geest werkt in zulke omstandigheden.

Na anderhalf uur beëindigen we de sessie. Ik ga terug naar mijn werkplek, maar ben volstrekt ontregeld. Van werken komt die dag niet veel meer terecht, en eerlijk gezegd de dag erna ook niet.

Zonder versnellingen

2016-06-16 15.42.49Deze week ben ik op Terschelling, bij het Oerolfestival. De eerste 5 dagen in gezelschap (vriendinnen), vandaag en morgen alleen. De weersverwachtingen waren matig, maar het weer valt reuze mee! De zon schijnt en het is warm!

Ik ben vaker op Oerol geweest, maar de laatste jaren was het er niet van gekomen. Vorig jaar hadden Robert en ik al een weekend geboekt in juni, maar toen het eenmaal zover was kon ik niet mee. Ik had net de zesde chemo gehad en had totaal geen kracht en conditie. Ik moest me behelpen met de tv-uitzendingen van Cornald Maas. O, wat zat ik te tandakken….

Omdat we dit jaar door omstandigheden onze zomervakantie hebben verschoven, kwam deze week in juni weer vrij in mijn agenda. Het was een beetje laat om nog te boeken en we wilden na alle koude Oerol-edities in het verleden absoluut niet in een tent, maar ja.  Alles zit een jaar tevoren al vol.  Het geluk hielp een handje mee: toevallig had er net iemand afgezegd op onze vaste camping en konden we een stacaravan huren. Wat een mazzel. Fietsen huren lukte ook nog, zij het dat ze geen versnellingen hadden, maar dat gaf niet.

Juist de exact dateerbare herinnering aan vorig jaar, het weten waar ik vandaan kwam, maakte dat de voorpret extra groot was. Niet eerder heb ik me zo verheugd op het fietsen op een fiets zonder versnellingen. Zónder versnellingen, gewoon omdat het kan!

Het kunnen huren van een stacaravan was een bijzonder toeval. Er waren meer toevalligheden deze week. Zoals het vriendinnengroepje dat een jongetjespop bij zich had. Hij heette Tinus. Het bleek dat de spil van hun vriendinnengroep, Tine, niet meekon naar Oerol vanwege een ziekenhuisopname voor een chemokuur. Daarom zorgden ze dat Tinus overal bij was. Eenmaal aan de praat bleek dat een ander lid van het groepje afgelopen najaar ook geconfronteerd was geweest met borstkanker. Meteen werden er ervaringen uitgewisseld. Zo beleefden we een bijzondere overtocht…. en ging ik als ‘survivor’ op de foto met Tinus.

Na het gedwongen bankzitten vorig jaar wilde ik dit jaar graag een opname van Opium op Oerol bijwonen. Gisteren wás ik er bij. Het voelde symbolisch. Te gast waren de actrices van het programma Toren C. Het filmpje dat werd vertoond om de dames te introduceren was een hilarische scene over het borstonderzoek….toeval?

De laatste voorstelling die ik zal bijwonen (morgen) heb ik uitgekozen vanwege de betrokkenheid van blokfluitist Erik Bosgraaf. Het is een muziektheaterproductie. Thema: de impact van een leven na de diagnose prostaatkanker…toeval?

Hoe het ook zij, ik geniet enorm van deze week. Het was gezellig, we hadden het eindelijk een keer níet koud, en de zon scheen volop. Ik heb werkelijk fantastische dingen gezien en en gehoord en alle emoties zijn wel een keertje aangeraakt. Jammer dat het er morgen ook voor mij op zit. Ga ik nog één laatste keer het duin op. Zonder versnellingen.